Oorsprong

What's in a name?

De naam homeopathie komt van de Latijnse woorden Homoios en Pathos welke “gelijkend” en “lijden” betekenen. Waarom deze naam? Wel, ongeveer 1200 jaar voor Christus was bij zowel de oude Grieken als de Egyptenarenal bekend dat men een zieke kon genezen door hem een middel te geven dat bij een gezond persoon een gelijksoortige ziekte zou opwekken (zie ter illustratie ook de prachtige Telephus Sage). Maar ook de vader van de moderne geneeskunde Hippocrates(460-370 v.C.) beschreef deze regel al: “Soms worden ziekten genezen door een gelijkende ziekte en soms door hun tegenovergestelde. Maar we moeten altijd eerst de gelijkende ziekte inzetten en deze methode als universele wet beschouwen.” Zodoende zijn er twee visies op genezing:

- Het genezen door tegenovergestelde kennen we inmiddels allemaal. De meeste middelen uit de allopathie zijn hier immers op gebaseerd. Bijvoorbeeld: Tijdens een infectie gaat een bepaalde bacterie zichzelf snel vermenigvuldigen in het lichaam. Het medicijn (in dit geval antibiotica) geeft een tegenovergestelde reactie. In plaats van de vermenigvuldiging te stimuleren wordt het proces gestopt door de bacteriën te doden. Effectief maar niet altijd de beste lange termijn oplossing.

- Bij de andere methode komt het er op neer dat in het lichaam niet twee gelijkende ziekten tegelijk actief aanwezig kunnen zijn. Als we besmet zijn met twee op elkaar gelijkende ziekten dan zal het lichaam alleen reageren op de sterkste of agressiefste van de twee. Daarmee is dan ook meteen de andere ziekte overstemd en dus opgelost. Deze natuurwet was dus al zeker 1000 jaar bekend voordat een Duitse arts, Dr. Samuel Hahnemann(1755-1845), er verder mee aan de slag ging.

Het grootste verschil zit hem aldus in dit tegenovergestelde principe. Bij de ene theorie is het de bacterie (of het virus) of het afwijkende/zieke weefsel dat de oorzaak van de ziekte vormt.

Bij de andere ziet men de ziekte als een toestand van de hele mens die door het lichaam tot uiting wordt gebracht via een enkel orgaan(systeem) met behulp van een bacterie (of virus) of afwijkend weefsel. Dit is de holistische visie (zie ook verderop).

Samuel Hahnemann
whatsinaname1Het was dus Samuel Hahnemanndie de naam homeopathie toekende aan de genezing langs deze weg. Maar wie was Hahnemann dan? Op 10 april 1755 werd hij als zoon van een porseleinschilder geboren in de Duitse stad Meissen. Hoewel bijna de hele familie werkzaam was in de porselein industrie, en het dus logisch was dat Samuel ook hierin zou gaan werken, bleek hij echter enorme aanleg te hebben voor talen en wetenschappelijke studies. Omdat zijn ouders het niet konden betalen vonden zijn docenten het te jammer om zo’n talent verloren te laten gaan met als gevolg dat zijn lessen gratis waren en in 1775 vertrok hij (met kennis van 8 talen!) naar de Universiteit van Leipzig om daar medicijnen te gaan studeren. Een studie die hij na twee jaar voortzette in Wenen waar meer praktische faciliteiten waren voor een dergelijke studie. Na zijn studie afgerond te hebben kon hij zich toch niet helemaal vinden in de toen toegepaste vorm van genezen: Men liet mensen tal van geneesmiddelen door elkaar slikken terwijl men niet wist waar ze precies goed voor waren, bij bijna iedere klacht werden aderlatingen voorgeschreven, men liet mensen zeer giftige stoffen (waaronder kwik en arsenicum) innemen, hygiëne was ver te zoeken, mensen met psychische stoornissen werden fysiek ernstig mishandeld en enige aandacht voor de patiënt was er ook niet. En om dan toch in zijn onderhoud te voorzien ging hij privé taallessen geven en vertaalde hij boeken.
Een van de boeken die hij vertaalde was de Materia Medica van Cullen. Hierin vond hij precies wat hij zocht. De inspiratie voor een nieuwe geneeswijze. In dit boek stond een beschrijving van de kina plant. Deze plant werd toen door de Zuid Amerikaanse indianen al veel gebruikt tegen malaria en was vanwege zijn koortsstillende eigenschappen door missionarissen naar Europa gebracht.
Hahnemann besloot, om onbekende redenen, met dit middel op zichzelf te experimenteren. Hij maakte een thee van de plant en na de inname schreef hij het volgende: “Mijn voeten en vingertoppen enzovoort werden eerst koud. Ik werd futloos en slaperig; daarna begon mijn hart te bonzen; mijn polsslag werd snel en hard; dan volgde een onverdraaglijke angst en beven; een machteloosheid in alle ledematen; bonzend hoofd; rode wangen; dorst; kortom, dit waren alle symptomen die gewoonlijk in verband worden gebracht met wisselkoorts (malaria); ze traden allemaal op. Elke keer duurden deze symptomen twee tot drie uur en kwamen alleen terug als ik de doses herhaalde. Ik staakte het middel en was opnieuw in goede gezondheid.”
En hier was de homeopathie mee geboren. Hij had een plant ontdekt die dezelfde symptomen bij een gezond mens opwekte als die het bij een zieke genas. Vanaf dit moment is hij uitgebreid gaan experimenteren welke symptomen opgewekt konden worden door welke planten (later ook mineralen en metalen).

En tevens was hij waarschijnlijk de eerste wetenschapper die bij alle onderzoek zijn medicijnen eerst onderzocht door deze op gezonde mensen te testen.In 1796 publiceert hij zijn onderzoekingsbevindingen. Hij heeft dan al 27 middelen onderzocht door ze zelf in te nemen en ze ook te geven aan gezonde familieleden en kennissen. Van alle inname n noteerde hij zeer nauwkeurig de lichamelijke en geestelijke symptomen die het op had gewekt en van alle symptomen controleerde hij de betrouwbaarheid (als iemand bijvoorbeeld na een inname hoofdpijn kreeg maar ook die dag zijn hoofd had gestoten werd het symptoom niet aan het middel toegeschreven) en de frequentie waarin het voorkwam. Een symptoom dat bij een tester naar voren kwam was minder nadrukkelijk van het middel dan een symptoom dat bij alle testers naar voren kwam. Het was ook in dit artikel dat hij de wet similia similibus curentur (het gelijkende wordt door het gelijkende genezen) voor het eerst noemde. In zijn organon schrijft hij: “kies, om mild, snel, zeker en duurzaam te genezen, in elk ziektegeval een geneesmiddel dat zelf een soortgelijke aandoening kan verwekken, als die het genezen moet!” In de jaren hierna brengt hij verslag uit van de inmiddels toegenomen lijst van beschrijvingen van symptomen bij stoffen (toen 61) die hij onderzocht had. Later voegde hij hier nog 47 nieuwe medicijnen aan toe en op dit moment beslaat deze lijst letterlijk duizenden medicijnen.

Dynamiseren en potentiëren
Toch is dit nog niet alles. Want Hahnemann was van mening dat: “het hoogste ideaal van genezen is: een snel, zachtzinnig en duurzaam herstel van de gezondheid, of wel opheffing en vernietiging van de ziekte in haar gehele omvang, op de kortste, betrouwbaarste en onschadelijkste wijze, volgens goed begrijpbare beweegredenen. Om een milde genezing te bewerkstelligen was het met bepaalde stoffen noodzakelijk deze verdund te gebruiken omdat ze in pure vorm te heftige reacties opwekten of gewoonweg giftig waren. En hoewel je zou verwachten dat een verdunning van een middel minder goed werkt, ontdekte Hahnemann dat de kracht van een middel alleen maar toenam. En ook als een gezond persoon de stof innam kon hij soms meer symptomen ontwikkelen als hij de stof verdund innam.
Sommige stoffen zijn echter moeilijk te verdunnen (denk maar aan metalen). Dus Hahnemann moest een manier zoeken om deze stoffen toch tewhatsinaname2 kunnen verdunnen. Waarschijnlijk heeft hij toen al enig idee gehad van de theorie dat alles energie is (het begrip energie was toen nog onbekend en deze stelling dus al helemaal) want hij ontwikkelde het idee dat als je een stof intensief in contact laat komen met een andere neutrale stof (na uitgebreid onderzoek koos Hahnemann voor melksuiker) dat deze laatste de werking/energie/ziel van de stof over zou nemen. Dit proces noemde hij dynamiseren. De energie uit de stof werd beweeglijke gemaakt en breidde zich uit naar de andere stof; de melksuiker. Deze melksuiker was dan vervolgens de basis voor het te maken medicijn. De resultaten hiervan waren echter zo goed dat Hahnemann dit op alle medicijnen toe ging passen. Dus ook stoffen die wel makkelijk verdund konden worden. Op deze manier kon een standaard procedure voor alle medicijnbereidingen ontstaan en melksuiker is met wat water en alcohol voor de houdbaarheid tot in de oneindigheid te verdunnen en te bewaren. Hahnemann had al ontdekt dat een verdund medicijn krachtiger werkte en ontdekte nu dat hij een medicijn in zijn kracht nog kon versterken door het intensief te schudden bij elke verdunning. Zo ontdekte hij dat er op een bepaald moment verdunningen waren, waar geen moleculen meer van de oorspronkelijke stof aanwezig waren (getal van Avogrado: er zijn geen moleculen meer aanwezig bij verdunningen van D24 en hoger), die toch nog werkte. Sterker nog ze werkte vaak nog krachtiger dan de pure stof. En dan hebben we het niet over een toxische of chemische werking maar over het vermogen om symptomen op te wekken of om ze dus juist te genezen.

Holisme
Maar het kan ook anders. Veel geneeswijzen gebruiken het holistischemodel. Wat inhoudt dat de mens meer is dan een som van delen. Simpel gezegd is er binnen deze visie geen ziekte, er is alleen een zieke. Waar de huisarts het misschien heeft over een zieke maag ziet men vanuit het holistisch perspectief de persoon als een zeer complex wezen dat uit balans is. De specifieke manier van uit balans zijn wordt tot uitdrukking gebracht in de maag.

Het verschil? Vanuit de holistische visie is het dus belangrijk de behandeling op de hele mens toe te spitsen en niet alleen op de maag. Door de hele mens weer in balans te brengen zal de maag vanzelf genezen door het zelfhelend vermogenvan het lichaam. Het grote verschil zit hem dan hierin: als alle organen onderling met elkaar in verbinding staan om zo een groter geheel te vormen dan heeft het geen nut om een enkel aspect te behandelen. Sterker nog, het werkt vaak onderdrukkend als men dit doet. Stel dat de maagklachten komen door stress. Het lichaam geeft een signaal af om het rustiger aan te doen. Dit signaal wordt vervolgens niet gehoord maar weg geduwd. Gevolg: het lichaam moet een nieuw signaal ‘verzinnen’ om duidelijk te maken dat het rustiger aan moet.

Maar wat is ziekte
Voor je je gaat verdiepen in een geneeswijze is het eerst belangrijk om eens stil te staan bij wat nu eigenlijk gezondheid is. Want willen we een zieke goed kunnen genezen moeten we weten naar welke toestand we iemand moeten brengen. Wanneer is iemand beter? Ziekte is een heel subjectief iets. Bijvoorbeeld: Een gekneusde pink zal voor een gids in een museum onprettig zijn. Maar voor een concertpianist kan het een ramp zijn. Dus terwijl de een het misschien niet eens als ziekte ervaart kan de ander het als een ernstige ziekte beschouwen. Met dit in het achterhoofd is het interessant om naar de definitie van gezondheidvan de wereld gezondheidsorganisatie (WHO) te kijken:
“Gezondheid is een staat van compleet fysiek, mentaal en sociaal welbevinden en niet slechts het afwezig zijn van ziekte of zwakte.”

Als we er van uit gaan dat deze definitie correct is: is dan de gids ziek? Of is een kind met koorts dat gewoon doorspeelt en nergens last van heeft ziek? In beide gevallen is er wel een ziekte maar kan er ook een fysiek, mentaal en sociaal welbevinden zijn. Het is zeker niet zo dat ik het niet eens ben met deze stelling maar ik zou hem wel graag willen nuanceren met de onderstaande tekst van George Vithoulkas:

Gezondheid op het fysieke niveau: 
Iedere ziekte, uitgedrukt door pijn, ongemak, zwakte, heeft altijd de neiging om het individu te beperken. Daarmee kunnen we al enigszins stellen dat gezondheid op het fysieke niveau te maken heeft met vrijheid. Fysieke gezondheid is het beste te omschrijven als vrijheid van pijn in het fysieke lichaam met daarbij een lichamelijk gevoel van welbevinden.

Gezondheid op het emotionele niveau:
Op het emotionele niveau is dat wat ons verslaaft en al onze aandacht absorbeert passie. Hierbij moeten we passie niet zien in de sensuele zin maar in de breedst mogelijke zin. Excessieve of ongepaste passie voor iets laat een emotionele onbalans zien. In de sensuele zin kunnen we hierbij bijvoorbeeld denken aan de man die zo verliefd is dat hij uit jaloezie een moord pleegt. Dit is handelen vanuit een staat van jaloezie (wat een overdreven passie is) en niet vanuit verliefdheid. Maar we kunnen hierbij denken aan alle passies die het individu naar een staat brengen waarin hij/zij destructieve handelingen overweegt naar een ander of zichzelf. Een individu in een gezonde emotionele staat zal altijd proberen de gouden middenweg te vinden. Fanatisme en dogmatisme zijn houdingen die zichzelf onderscheiden van logica en begrip en vertonen een ongezonde emotionele betrokkenheid die meestal resulteert in een vorm van een catastrofe voor zichzelf of anderen.

Dit soort passies houdt meestal een enorme liefde voor iets/iemand in die, wanneer niet of onvoldoende beantwoord, de betreffende persoon naar een vorm van “misdaad” naar anderen of zichzelf leidt. Vaak worden emotionele behoeften en onzekerheden ook verward voor echte liefde en affectie. Worden deze echter verward dan ontstaat een emotionele binding die constant dingen van de ander eist onder de term “geven”. Liefde wordt een ruilhandel.

Het tegenovergestelde van passie, een toestand van apathie, is even min wenselijk. Zoals al uit het bovenstaande blijkt is het de gouden middenweg die de gezondheid in zich draagt. Een staat van kalmte en sereniteit die dynamisch en creatief is in plaats van onverschillig of destructief. Een staat waarin liefde en positieve emoties de boventoon voeren op haat en andere negatieve emoties. Passies komen dus dan ook voort uit een zwakte en niet een sterkte. En om als mens te evolueren dienen we een bewuste inspanning te verrichten om ons los te maken van deze “animale” passies. Samengevat is gezondheid op emotioneel niveau dus een vrijheid van passies met als resultaat een dynamisch staat van sereniteit en kalmte.

Gezondheid op het mentaal en spirituele niveau
Deze is het moeilijkst te definiëren. Als we kijken naar wat ons het meeste verstoord in onze mentale rust dan is dat alles dat voorkomt uit egoïsme en begeerte. In het dagelijks leven zien we dit makkelijk en veel bevestigd. Hoe meer egoïstisch iemand is hoe meer moeite hij/zij heeft met het verwerken van kritiek op zijn kennis, status of bereikte doelen. Dit terwijl een nederig persoon, die misschien hetzelfde weet en bereikt heeft, er makkelijk overheen stapt en vaak zelfs kan leren van de kritiek. De egoïst ziet daarom ook alleen hoe de dingen hem negatief beïnvloeden. En raakt daardoor uit zijn mentale balans. De mate van innerlijk goed voelen wordt dus door de buitenwereld bepaald. Dit zelfde patroon zien we bij begeerte. Denk maar aan mensen die geld in overvloed hebben en toch niet voldoende hebben. Ze zitten in een constante gevecht naar meer. En dit heeft gevolgen op de mentale staat. Het is egoïsme en begeerte dat ons ervan weerhoudt de objectief te kijken en de waarheid te zien. Naarmate deze eigenschappen toenemen ontstaat een gevoel van beter te zijn, de dingen beter te weten, hooghartigheid, arrogantie. Voorbeelden hiervan zijn talloos in de geschiedenis. Maar omdat niemand vrij is van enige vorm van egoïsme of begeerte gaat het er dus niet om hoe je kan leven zonder deze beperkingen maar om hoe je kan leven zonder dat ze alles voor je bepalen. En een belangrijke eerste stap hierin is erkennen dat we deze eigenschappen in ons hebben. Want alleen als we erkennen dat we het hebben zijn we in staat ze bij onszelf te herkennen en dus te veranderen. Als we kunnen denken met minimale beïnvloeding van egoïsme, arrogantie, begeerte, superioriteitsgevoelens, etc kunnen we een mentaal gezonder leven leiden. En net als de gezonde emotionele staat is dit alleen te bereiken door een bewuste inspanning. Dit in tegenstelling tot lichamelijke gezondheid wat grotendeels aangeboren is. Samengevat is gezondheid op het mentale/spirituele niveau vrijheid van egoïsme met als resultaat totale eenwording met de waarheid.

Hoe meten we dan gezondheid?
Uit het bovenstaande is nu enigszins duidelijk wat gezondheid (en daarmee ook wat ziekte) is maar hoe zien we nu of iemand beter wordt? Want genezing is niet altijd direct waarneembaar. Een klacht kan onveranderd blijven terwijl de patiënt toch wel een stuk beter is. Of (en dit is nog moeilijker te evalueren) de patiënt is verlost van zijn fysieke klacht maar is verder niet veranderd of heeft er zelfs een andere klacht voor in de plaats gekregen. Dit zien we vaak met eczeem. Het eczeem verdwijnt en er komt bronchitis. Of er is bronchitis en als die verdwijnt ontstaat er opeens eczeem. Gezondheid is dus meer dan alleen een fysieke klacht/symptoom. En we kunnen de fysieke, emotionele en mentale gezondheid ook niet los van elkaar zien. Ze hebben met elkaar te maken en beïnvloeden elkaar. Denk maar aan klachten na verdriet, hoofdpijn na stress, etc. Om te zien of iemand van een ziekte echt goed genezen is, is het belangrijk dat we kijken naar het creatieve (neem het woord creatief in de breedste zin van betekenis) vermogen. Creatie neemt toe naarmate er meer ruimte is om te creëren. En dus naarmate er meer fysieke, emotionele en/of mentale vrijheid is.

De Miasma’s
Volgens Hahnemann wordt niemand vrij van enige belasting geboren. We hebben allemaal wel onze zwakke plekken die gevormd zijn door onze genetische achtergrond. Bovendien worden er nog zwakke plekken gevormd of aangewakkerd door het gebied waarin we wonen, het eten dat we tot ons nemen, het klimaat waarin we leven, de dingen die we meemaken, etc. In deze belasting zit een persoonlijke aanleg voor bepaalde klachten. Dat gaat dan niet alleen over bacteriën, virussen en schimmels. Het gaat verder. Ieder van ons heeft de aanleg voor bepaalde reactiepatronen. Deze unieke reactiepatronen komen naar voren als we onder stress staan of als we besmet raken door een bepaald organisme of een bepaalde stof. Deze belasting noemde Hahnemann het miasma (letterlijk betekent het “een smet”). Iedere ziekte is onder te brengen in een bepaald miasma. Maar ook iedere zieke is hierin onder te brengen. En zelfs in een relatief gezonde staat is er altijd wel wat van zo’n miasmatisch patroon in ons terug te vinden. Hahnemann onderscheidde 3 hoofdmiasma’s die hij vernoemde naar ziekten. Ziekten die, door hun extreemheid in symptomen een duidelijk beeld schetsten van een bepaald patroon. Zo benoemde hij de volgende 3:
Psora, vernoemd naar de ziekte schurft.
Sycose, vernoemd naar de ziekte gonorrhoe
Syphilitisch, vernoemd naar syphilis

Iedere ziekte kenmerkte zich door hele unieke eigenschappen. Heel simpel gezegd is psora het meest primitieve patroon dat er is. Het is een patroon dat optreedt door gebrek. Een gebrek aan hygiëne. Een gebrek aan geld. Een gebrek aan zelfvertrouwen. Een gebrek aan het vermogen van het lichaam om afdoende te reageren op een ziekmakende prikkel van buitenaf. In een Bijbelse context kunnen we dit ook de oerzonde noemen. We hebben een fout gemaakt en zijn nu niet meer goed genoeg voor het Paradijs. En ieder van ons draagt een stuk van deze schuld in zich. Parallel hieraan kunnen we ook stellen dat bijna niemand de jeugd heeft die hij zou willen. Er is vaak een element van gebrek in de jeugd aanwezig: te weinig aandacht, te weinig bevestiging, te weinig liefde, etc. Het kind reageert hier onbewust al op door een schuldgevoel te ontwikkelen. “Ik ben een minder kind, anders hadden mijn ouders wel meer aandacht voor me.” In de termen van Thomas Harris (zie boek Ik ben Ok, jij bent Ok) zitten we hier in het stadium waarin het thema “ik ben niet ok” begint te vormen. In ziekte zien we allerlei gebreksziekten.

In sycose zien we de compensatie. Waar de psorische persoon bijvoorbeeld zal zeggen “Laat maar zitten, ik kan het toch niet” zal de sycotische persoon zeggen “Ik kan het niet maar dat mag niemand zien. Dus ik ga mezelf ontzettend perfectioneren in een aanverwant aspect zodat ik mijn onkunde kan compenseren.” In de jeugd zien we hier allerlei compensatie technieken ontstaan. Uiteraard gebeurt dat allemaal onbewust maar het kind kan gaan denken “Ik haal misschien niet de hoogste cijfers, maar dan zal ik wel de mooiste zijn.” Maar bij iedere compenserende stap zit de angst van het door de mand vallen. Een van de meest voorkomende sycotische gevoelens ”Wat als de anderen zien dat ik eigenlijk niet zo goed ben…” Dit patroon zien we ook by gonorrhoe. Je kan het hebben zonder dat mensen het aan de buitenkant al te makkelijk kunnen zien. Dus je kan relatief redelijk onopgemerkt door het leven. Maar wat als de ander erachter komt dat je deze ziekte hebt….
In de classificatie van Thomas Harris zitten we hier in het Ik ben niet oke, jij bent oke. In het lichaam zien we deze overreacties terug. “Allerlei ontstekingen, te grote spierspanningen, te snelwerkende organen, etc.

Als laatste is er het syphilitisch miasma. Net als de ziekte syphilis is het een destructief patroon. Hier is niet meer de hoop nog iets verborgen te kunnen houden. Er is alleen de heftigheid en de destructie vanuit een wanhoop omdat er geen herstel meer mogelijk lijkt te zijn. Psychologisch zien we hierbij dat er gedachten ontstaan vanuit Ik ben oke, maar jij bent niet oke. Er ontstaat onverschilligheid “ik kan net zo goed drugs gaan gebruiken, het leven is toch zinloos.” In ziekte zien we hier destructieve patronen: auto-immuunziekten, zweren, dystrofie, degeneratieve processen en zware depressies.

Door de jaren heen is deze theorie steeds verder uitgewerkt. Hahnemann zelf beschreef al dat er weinig ziekten zijn die eenzijdig in een patroon zitten. Vaak zien we mengvormen. Dus waar het bij Hahnemann begon met drie hoofd patronen zijn er inmiddels allerlei tussenvormen benoemd die ook weer vernoemd zijn naar de ziekten waarin zij in de meest extreme vorm voorkomen: malaria, aids, kanker, tuberculose, etc. Wat moet u met deze classificering? Wel een systeem als deze geeft de therapeut een duidelijk zicht op de ziekte hoe hij nu is, welke kant hij op aan het ontwikkelen is en dus ook wat te verwachten valt van de behandeling.

Een simpel voorbeeld:
Er komt een man in de praktijk met allerlei buikklachten: buikpijn, opgeblazen gevoel, winderigheid, brandend maagzuur, borrelen en te zachte ontlasting. Het is allemaal begonnen toen hij op het werk een promotie kreeg. In de praktijk komt hij erg capabel en zelfverzekerd over maar hij vertelt dat hij erg zijn best moet doen op het werk om het allemaal aan te kunnen. We zien hier dan een sycotisch beeld (erg de best doen om mogelijke onkunde of onzekerheden te verbergen). Maar we zien ook dat er een onzeker beeld (het gebrekkige zelfvertrouwen van de psora) onder zit.